Het was druk op zondag, in Park Brakkenstein. Drukker dan op zaterdag. Om half drie al, konden de toegangscontroleurs de toestroom aan muziekfanaten al bijna niet aan, waardoor er opstoppingen ontstonden, vooral bij de tascontrole. Maar het oponthoud was te overzien, zodat we niet het hele eerste optreden op Mondo hoefden te missen.
Daar speelde het Bguti Orchestra. Deze groep doet niet moeilijk over genres: ze spelen gewoon waar ze van houden. Zo kan het gebeuren dat het ene liedje Jazzy is, terwijl je vervolgens naar een soort blues-rock staat te luisteren. Lekkere muziek om weer een mooie festivaldag mee te beginnen.
De opmerking van wethouder Beerten indachtig (“De Music Meeting biedt ruimte voor talentontwikkeling”) togen we ook naar het Intro podium waar op dat moment het Nijmeegs Jeugd Orkest Corrente samen met een aantal jongeren speelde onder de naam Balkan Bangers. Het is moeilijk om hun workshopresultaat te omschrijven: de duidelijke klassieke invloed van het Jeugdorkest, gecombineerd met een rapper, gitarist, keyboard en doedelzak levert een geluid op dat redelijk uniek te noemen is.
Kwalitatief klonk het geluid van deze gelegenheidsformatie natuurlijk een stuk minder vloeiend dan dat van de professionele artiesten, maar het enthousiasme van deze groep was vele malen groter dan bij sommige andere acts, waardoor je vanzelf met ze meegaat op de muzikale ontdekkingsreis waarvan ze zelf de bestemming misschien ook nog niet zo goed weten. Het is in ieder geval erg leuk om te zien waar de passie voor de muziek en de nieuwe, frisse ideeën toe leiden.
Een eenzame muzikale samurai
Ronin, de Zwitserse muziekformatie van Nik Bärtsch was de volgende halte voor me. Zelfs na lezing van het programmaboekje wist ik niet precies wat ik ervan moest verwachten. Het feit dat er mensen speciaal voor deze act naar Nijmegen waren gekomen, beloofde echter het nodige. De sfeer was broeierig en heet, in Apollo. Toch waren er, schat ik, minstens 700 mensen die de hitte en de benauwdheid trotseerden om het geluid van Ronin te mogen horen. De band is genoemd naar de Japanse Ronin, een samurai zonder meester, die geheel zelfstandig werkt en zijn zwaard ten dienste van het goede stelt. Bärtsch wilde hetzelfde bereiken maar dan muzikaal: zelfstandig, niet onderworpen aan regels en vrij om zijn eigen radicale ding te doen.
De composities van Ronin lijken een verhaal te vertellen. Terugkerende elementen omlijsten plotselinge wisselingen van energie en tempoveranderingen houden de luisteraar bij de les. Vrolijke en dreigende elementen wisselen elkaar af. Het resultaat hiervan is enorm spannende muziek.
Bijzonder is de scherpe regie waarmee de band acteert. Het lijkt alsof een onzichtbare hand de musici leidt, richting de flow waar jammende Jazzers altijd naar opzoek zijn. Dat Ronin die heilige graal van de Jazz vindt, is omdat ze, in tegenstelling tot jazz muzikanten, een strakke compositie volgen. Bärtsch zegt zelf dat hij zijn muziek geen jazz wil noemen: “Jazz is te vrij, je verlaat de compositie veel te vroeg.” Volgens hem is zijn band bezig met componeren, interpreteren en improviseren en is het de bedoeling dat het publiek niet doorheeft welk van de drie activiteiten voor hun neus plaatsvindt. Hierin slaagt Ronin met vlag en wimpel.
De muzikanten wekken de hele tijd de indruk dat ze aan het improviseren zijn, tegelijkertijd is het allemaal zo strak georganiseerd als het Zwitserse spoorboekje. Daarin toont zich meesterschap: de moeilijkste en lastigste handelingen verrichten en daarbij de indruk wekken dat het allemaal een eitje is. Zo zie je maar weer: wie hard oefent maakt dat het onmogelijke vanzelf lijkt te verlopen. Althans, zo lijkt het voor de toeschouwer.
Ondanks de drukkende hitte in die niet al te best geventileerde tent heb ik dus een heerlijk uur genoten van één van de hoogtepunten van de Music Meeting 2012. Echt muziek om met je ogen dicht voor te gaan zitten en aandachtig naar te luisteren. Zoals Bärtsch het publiek uitnodigde: “Please enjoy the ride”.
En dan is er nóg meer
Al is zo een show van Ronin op zich al voldoende om de dag tot een succes te maken, het hield niet op nadat ze van het podium vertrokken. Want bij Mondo was Raghu Dixit aan de beurt. Wereldberoemd in India zijn deze Indiërs bezig met een tour om Europa te veroveren. Het Brakkensteinse publiek viel al snel voor deze formatie die traditionale Indiase muziekstijlen als bhangra en sufi mengen met muziek die voor de Europese luisteraar makkelijker in het gehoor ligt. Mijn kennis van de Indiase muziek is minimaal, dus een al te diepgaande analyse van de effecten van deze mengvorm kan niet verwacht worden. Gemakshalve volsta ik ermee te zeggen dat het mij in de oren klonk als een heerlijke moderne Bollywood rock.
Wat minder zuiver klonk waren de pogingen om het publiek mee te laten zingen. De melodie wilde nog wel lukken, maar het zingen in de Indische taal “Kannada” is niet iets dat je in een paar minuten aanleert.
Trommelen op je lichaam
Een klein uurtje pauze later bevonden we ons weer bij het Intro-podium. Hier werden we getrakteerd op de KekeCa workshoppresentatie. Deze Turkse groep doet aan body-percussie en heeft met een “normale” en een “gehoorbeperkte” groep een workshop gehouden waarbij het lichaam als muziekinstrument gebruikt werd. Het optreden was bijzonder grappig om te zien, al is het me moeilijk te geloven dat body Percussion echt een grote tak van sport is. Toch schijnt er zelfs een “International Body Music Festival” te bestaan.
Wederom heeft de Music Meeting me in contact gebracht met iets leuks, waarvan ik het bestaan niet eens kon vermoeden!
Afro-Latin night
De zondagavond stond in het teken van de Afro-Latin night. Volgens het programma begon dat pas om 20:00 uur, met een optreden van Aurelio & The Garifuna Soul Band. Ook deze band komt als één van de hoogtepunten van het festival uit de verf. Garifuna’s zijn de afstammelingen van slaven die schipbreuk leden bij St. Vincent en daar samen met de lokale indianen een eigen cultuur opbouwden, die het inheemse Arawak mengde met Spaanse, Engelse en Afrikaanse invloeden. Hun muziek klinkt maar met lokale en koloniale invloeden.
Aurelio Martinez was parlementslid van Honduras. Toen zijn vriend Andy Palacio in 2008 overleed, stopte hij met het politieke werk om zich met hogere zaken bezig te houden: hij stortte zich op de muzikale erfenis. Een erfenis die hij maar wat graag deelt met anderen. Heerlijk.
Nadat Aurelio zijn ding had gedaan, was het weer feest bij het Mondo podium. Daar was Kobo town bezig om de festivalgangers op te zwepen met een soort Afrikaanse salsa. Deze band is al een internationaal experiment op zich: opgericht in Toronto door Trinidadiaan Drew Gonsalves en genoemd naar een buurt waar regelmatig opstanden tegen de koloniale machthebbers uitbraken. De groep van Gonsalves stelt zich ten doel de hieruit voortvloeiende sociale boodschap, spitsvondige vertelstructuur en sterke ritmes te hernemen. Bouwend op de traditie van legenden als Roaring Lion, Mighty Spoiler, Lord Invader en King Radio gaat de groep in zijn teksten hedendaagse problemen als geweld, de paradoxen van globalisering en de voortdurende Caribische afhankelijkeheid te lijf. Dit boodschap klinkt duidelijk door als je er in slaagt om even te stoppen met dansen. Ik vermoed echter dat het grootste deel van het publiek teveel bevangen was door het ritme om de teksten bewust tot zich te nemen.
De Afro-Latin night werd uiteindelijk afgerond in Apollo, waar Maite Hontelé samen met Alberto Caicedo y su Orquestra iedereen in de vakantiestemming brachten. Hontelé leerde trompet spelen toen ze lid werd van de lokale fanfare, maar kon de salsa waar ze in de jaren ’70 naar luisterde eigenlijk nooit loslaten. Al snel omringde ze zich met Colombiaanse muzikanten om samen mooie dingen te maken. Er zijn meer Nederlanders die Latin muziek maken, maar slechts een klein deel daarvan slaagt erin om het ook écht Latin te laten klinken. Sluit je ogen en er is niets wat de Nederlandse roots van deze, inmiddels in Colombië wonende, blondine verraadt.
Ook Alberto Caicedo blijkt gewoon in Nederland te wonen. Ooit geboren in Colombia maakte hij de verre reis naar Europa, waar hij onder meer het podium deelde met Marco Borsato. Een goede stem en beheersing van meerdere instrumenten maakte voor hem de weg vrij om voor zichzelf en zijn tienkoppige orkest steeds meer voet aan de grond te krijgen in de salsa-scene. Of gaan die voetjes juist van de vloer…?
Like this post? Post Comment, Download and Subscribe RSS
- GEPLAATST OP:
28 mei 2012 - EN REEDS:
664 Keer gelezen

10 mei 2013
09 mei 2013
07 mei 2013
04 mei 2013
03 mei 2013
