Nijmegen is een stad met een groot aantal eetcafés. Omdat ik in één weekend bij twee bekende eetcafés ben geweest, heb ik besloten ze met elkaar te vergelijken.
Ons zonnige weekend is goed besteed in Beij Ons en de Kluizenaar. Ze staan bekend om hun lekkere, betaalbare eten en de gezelligheid binnen en buiten op het terras.
Onze smaakpapillen verwennen we eerst in het eetcafé in Nijmegen-Oost, Proeflokaal Beij Ons. Het is nog te koud voor het terras. Alleen de verstokte rokers trotseren de kou. Wij zitten lekker warm achter glas. Net als de goudvissen in het aquarium. Beij Ons is een bruin café en eigenlijk meer café dan eetcafé. De bar is er druk bezet met vaste klanten. Om zes uur ’s avonds zijn wij nog de enigen die een tafel in beslag nemen bij het raam.
De ontvangst is allerhartelijkst en de menukaart staat op het bord. Rond zeven uur is het pas echt druk in het eetcafé. Dan is elke tafel bezet en draait het personeel op volle toeren.
Pomodorisoep
We beginnen met rode wijn en bestellen ieder een pomodorisoep. De soep is goed gevuld en zoet. Het brood komt van het Bakkerscafé Brood op de Plank. Echt Nijmeegs dus. Het is smullen geblazen en we genieten ervan ondertussen door de grote ramen naar buiten kijkend naar de voorbijgangers. We vervelen ons geen moment.
Karig
Onze hoofdgerechten zijn simpel: varkenshaaspuntjes en spareribs. Allebei voorzien van iets te hard gebakken dikke frieten en een eenvoudige salade. Mijn tafelgenoot vindt de frieten zelfs te vet. De varkenshaaspuntjes vallen bij hem ook niet zo in de smaak. Het is net genoeg en ze zijn een beetje droog gebakken. De spareribs blijken uit een stuk sparerib te bestaan. Goed gemarineerd, dat wel, maar ook precies genoeg. Voor grote eters te weinig waarschijnlijk. 
We vallen vooral over de harde frieten en de karige garnituur. Onze koffie aan het einde van de maaltijd is mooi gepresenteerd met een palmboompje in het schuim getekend. Een goede afsluiting van een prima, maar niet hoogstaande maaltijd. 
Kluizenaar
De dag erop hebben we opnieuw geen zin om te koken. We zitten bij de Kluizenaar in Bottendaal, waar het eetcafé ooit Billy Turf heette. Maar dat was vroeger. Ouderwets gezellig is het op het terras, vanwege de eerste lentezon. Die zorgt voor een mooi uitzicht vanuit het restaurantgedeelte, dat eruit ziet als een oude huiskamer.
We beginnen, zoals altijd, met een rode wijn (de Siciliaanse Nero d’Avola, altijd goed!) en een extreem goed gevulde champignonsoep. De bouillon is smakelijk. Wat dat betreft zijn de soepen van beide eetcafés een aanrader. Ook hier staan er op het menu spareribs. Die heb ik hier eerder gegeten. Zalig en veel. Veel te veel! Dus bestel ik dit keer iets anders.
Een viscurry met nasi. Mijn tafelgenoot heeft niet zoveel honger en gaat voor twee tapa gerechten: komkommer met zalmmousse en wasabi en biefreepjes met papadum. De garnituur is heel apart.
We moeten twee keer vragen hoe de witte vrucht met rode schil heet, voordat we het kunnen onthouden: dragonfruit. En ook de wasabi en de papadum vergen wat uitleg. Dragonfruit smaakt een beetje naar kiwi. Nu ben ik niet dol op kiwi, maar ik probeer het toch. Het is zachter van smaak dan kiwi en minder zoet. De textuur is smeuïg.
Papadum en wasabi
De papadum is een soort dunne kroepoek. Lekker. Mijn disgenoot waagt zich niet aan de wasabi, dus waar die naar smaakt weten we niet. Wel weet de serveerster te vertellen, dat er mierikswortel in zit.
In de Kluizenaar is het eetgedeelte minder druk bezocht dan het café en het zonnige terras. Of het nu aan de dag ligt of aan iets anders is niet duidelijk. Beij Ons is beduidend drukker, maar het eten in de Kluizenaar is culinair gezien (in vergelijking met Beij Ons) verfijnder en lekkerder. Voor wie een eetcafé in Nijmegen wil uitproberen, zijn beide echter goede kandidaten.
Like this post? Post Comment, Download and Subscribe RSS
- GEPLAATST OP:
11 april 2012 - EN REEDS:
1.607 Keer gelezen



10 mei 2013
09 mei 2013
07 mei 2013
04 mei 2013
03 mei 2013

{ 1 comment… lees het hieronder of voeg er een toe }
Krijg toch wel weer zin de stad in te gaan, dank je Maureen!